ECLI:NL:CRVB:2018:384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens onjuiste woonsituatie studiefinanciering
Appellante ontving studiefinanciering als uitwonende studente, maar een controle op 10 juli 2014 wees uit dat zij niet op haar BRP-adres woonde. De minister herzag de studiefinanciering en legde een boete op wegens onjuiste gegevens. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en ook in hoger beroep werd dit bevestigd.
Het onderzoek bestond uit een controle ter plaatse waarbij geen medewerking werd verleend, en verklaringen van vier buren die unaniem bevestigden dat appellante niet op het adres woonde. Appellante leverde geen bewijs om het wettelijk vermoeden te weerleggen dat zij ook in de periode voorafgaand aan de controle niet op het BRP-adres verbleef.
De Raad oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, evenredig was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot vermindering van de boete leidden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete voor onjuiste opgave woonsituatie bij studiefinanciering wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.