ECLI:NL:RBZWB:2021:137
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning IVA-uitkering
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 18 februari 2020 inzake de toekenning van een uitkering op grond van de Wet WIA. Op 11 november 2020 wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog een IVA-uitkering toe met ingang van 26 juni 2019. Vervolgens trok verzoekster haar beroep in en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door de wijziging van het besluit en veroordeelde het UWV daarom in de proceskosten van verzoekster. De proceskosten werden vastgesteld op €525,00 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de beroepsmatige rechtsbijstand.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat het griffierecht van €48,00 door het UWV aan verzoekster dient te worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb, zodat een afzonderlijke veroordeling daarvoor niet nodig was. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 12 januari 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot €525,00 na toekenning van een IVA-uitkering.