ECLI:NL:RBZWB:2021:137

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 januari 2021
Publicatiedatum
13 januari 2021
Zaaknummer
AWB- 20_5691
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na toekenning IVA-uitkering

Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 18 februari 2020 inzake de toekenning van een uitkering op grond van de Wet WIA. Op 11 november 2020 wijzigde het UWV het besluit en kende alsnog een IVA-uitkering toe met ingang van 26 juni 2019. Vervolgens trok verzoekster haar beroep in en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door de wijziging van het besluit en veroordeelde het UWV daarom in de proceskosten van verzoekster. De proceskosten werden vastgesteld op €525,00 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de beroepsmatige rechtsbijstand.

Daarnaast overwoog de rechtbank dat het griffierecht van €48,00 door het UWV aan verzoekster dient te worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb, zodat een afzonderlijke veroordeling daarvoor niet nodig was. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 12 januari 2021.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot €525,00 na toekenning van een IVA-uitkering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/5691 WIA
uitspraak van 12 januari 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , [naam verzoekster] ,

gemachtigde: mr. J.R. Kamerling,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 18 februari 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake de toekenning van een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
Bij besluit van 11 november 2020 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd. Met ingang van 26 juni 2019 is alsnog een IVA-uitkering aan verzoekster toegekend.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 11 november 2020 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,00 aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 12 januari 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.