De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 25 maart 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen een maatschappelijk werker die zich schuldig maakte aan ontucht met zijn cliënte. De verdachte maakte misbruik van zijn positie en de kwetsbaarheid van de cliënte, die leed aan borderline en PDD-NOS. De seksuele handelingen vonden plaats in december 2019, waarbij de verdachte zijn en haar grenzen onvoldoende bewaakte.
De rechtbank oordeelde dat het strelen van de schaamstreek en het pijpen door de cliënte handelingen van seksuele aard waren die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm, mede vanwege de afhankelijke positie van de cliënte. Andere handelingen, zoals het leggen van een arm om de schouder, werden niet als ontuchtig gekwalificeerd. De verdachte werd vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer, het blanco strafblad van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. De rechtbank legde een taakstraf van 120 uren op, subsidiair 60 dagen hechtenis, en veroordeelde hem tot betaling van een schadevergoeding van €90,98 aan het slachtoffer.