Eiseres, een verkoopmedewerkster die vanwege psychische klachten arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 38,52%. Na een herbeoordeling door het UWV werd dit percentage verlaagd tot 22,81%, onder de grens van 35% die recht geeft op een WIA-uitkering. Het UWV beëindigde daarom haar uitkering per 24 december 2019.
Eiseres betwistte de medische beoordeling en de geschiktheid van de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd. Zij stelde dat haar beperkingen groter zijn dan vastgesteld en dat zij de voorgestelde functies niet kan uitvoeren vanwege sociale en psychische klachten. De rechtbank oordeelde echter dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies passend en actueel zijn.
De rechtbank vond geen reden om af te wijken van de conclusies van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige. Omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% ligt, was het besluit van het UWV om de WIA-uitkering te beëindigen terecht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskosten of schadevergoeding.