Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 juli 2020 waarbij zijn aanvraag voor bijstand buiten behandeling is gesteld wegens het niet overleggen van gevraagde documenten. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateerde dat verzoeker geen griffierecht betaalde maar vrijstelling kreeg vanwege betalingsonmacht. Tijdens de zitting is vastgesteld dat verzoeker onvoldoende stukken heeft aangeleverd die nodig zijn voor een beoordeling van zijn aanvraag, zoals bewijs van opheffing van bankrekeningen, bewijs van huurbetalingen en bewijs van levensonderhoud.
Het college had de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat verzoeker niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens heeft aangeleverd en er geen aanwijzingen waren dat hij dit redelijkerwijs niet kon doen. De voorzieningenrechter achtte het verzoek om voorlopige voorziening ongegrond en wees dit af. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.