Uitspraak
19 2639 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 22 november 2018 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand. Het college verzocht om aanvullende stukken, waaronder bankafschriften over drie maanden voorafgaand aan de aanvraag. Hoewel betrokkene enkele stukken aanleverde, werden de bankafschriften over maart 2018 niet tijdig verstrekt. Het college stelde de aanvraag daarop buiten behandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond omdat het college het besluit te laat had genomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het college de hersteltermijn had verlengd tot 21 mei 2018 en het besluit binnen vier weken daarna is genomen, waardoor het besluit tijdig was.
De Raad overweegt dat de bankafschriften essentieel zijn voor de beoordeling van de aanvraag en dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde vanwege het ontbreken van deze gegevens. Het bezwaar van betrokkene werd als kennelijk ongegrond beoordeeld, zodat afzien van een hoorzitting gerechtvaardigd was. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot buiten behandelingstelling van de aanvraag bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.