ECLI:NL:RBZWB:2021:1691
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag bijstandsuitkering
Eiser heeft op 22 december 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen het besluit van 1 juli 2020 waarbij zijn aanvraag bijstandsuitkering buiten behandeling werd gesteld. De rechtbank constateert dat het beroep is ingesteld voordat de verlengde beslistermijn was verstreken en dat eiser het college niet in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk.
De rechtbank heeft het griffierecht niet betaald geconstateerd, maar gezien het ontbreken van inkomen van eiser, is hij niet in verzuim verklaard en is het beroep ontvankelijk. Tijdens de zitting op 30 maart 2021 is ook de voorlopige voorziening besproken.
De rechtbank benadrukt dat de niet-ontvankelijkverklaring niet betekent dat het college niet alsnog moet beslissen op de aanvraag. Het college dient dit zo spoedig mogelijk te doen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingesteld en geen ingebrekestelling is gedaan.