Verzoekers zijn sinds 2008 eigenaar van een pand dat is gesplitst in drie zelfstandige wooneenheden zonder de vereiste omgevingsvergunning. Het college legde een last onder dwangsom op om het pand terug te brengen naar de situatie waarvoor in 1923 een vergunning is verleend.
Verzoekers voerden aan dat de splitsing al lang bestond en dat sprake is van één woning vanwege gezamenlijke voorzieningen, en dat het college onvoldoende belangenafweging had gemaakt. Het college stelde dat de situatie strijdig is met het bestemmingsplan en handhaving noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van drie zelfstandige woningen, waardoor het aantal woningen is vermeerderd in strijd met het bestemmingsplan en de Wabo. Er is geen concreet zicht op legalisering omdat het college geen vergunning wil verlenen vanwege beleidsmatige bezwaren.
Verzoekers konden onvoldoende aantonen dat de situatie overgangsrechtelijk wordt beschermd. De begunstigingstermijn is voldoende ruim en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.