ECLI:NL:RVS:2017:968
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.C.M.A. Michiels
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen kamerverhuur in strijd met beheersverordening Wipstrik
Appellant is sinds 2014 eigenaar van een appartement in Zwolle dat werd aangepast voor bewoning door zijn dochter en drie medestudenten. Het college verleende aanvankelijk een omgevingsvergunning voor vier onzelfstandige woonruimtes, maar herroept deze later omdat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en de beheersverordening Wipstrik, die slechts één huishouden toestaat.
Het college legde appellant een last onder dwangsom op om het strijdige gebruik te staken. Appellant betoogde dat de bewoners één huishouden vormen en dat de oppervlakte-eis van minimaal 85 m2 nipt niet wordt gehaald, mede afhankelijk van de meetmethode. Ook stelde hij dat de begunstigingstermijn te kort was vanwege huurbescherming.
De Afdeling oordeelt dat de samenwoning niet als één huishouden geldt en dat het gebruik in strijd is met de beheersverordening. De geringe afwijking in oppervlakte leidt niet tot legalisering, en het college mocht handhavend optreden. De begunstigingstermijn is voldoende, aangezien appellant rekening had kunnen houden met handhaving en huurbescherming voor zijn risico komt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.