ECLI:NL:RBZWB:2021:2219
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar beëindiging Ziektewetuitkering
Verzoeker maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering per 19 januari 2021, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Verzoeker stelde dat hij tijdig bezwaar had gemaakt op 5 januari 2021, maar kon dit niet aantonen. Hij diende daarom een nieuw bezwaarschrift in op 27 januari 2021.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht een bezwaarschrift binnen zes weken na het besluit moet worden ontvangen. Omdat verzoeker niet kon aantonen dat hij het bezwaar tijdig had verzonden, bleef het bestreden besluit in stand. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was en wees zowel het beroep als het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en openbaar gemaakt op 30 april 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens te laat ingediend bezwaar.