ECLI:NL:CRVB:2009:BK2520

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5654 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaarschrift

Appellante diende een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, die door verweerster werd afgewezen bij besluit van 16 mei 2008. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift.

Appellante stelde dat zij het bezwaarschrift op 15 juni 2008 had verzonden, maar kon dit niet aantonen met bewijs van verzending, zoals een aangetekende zending. Verweerster kon aantonen dat er geen registratie van ontvangst was en ging daarom terecht uit van een te late indiening.

De Raad oordeelde dat de omstandigheden die appellante aanvoerde geen verschoonbare reden vormen voor de termijnoverschrijding. Het is immers de verantwoordelijkheid van de indiener om zich te vergewissen van tijdige indiening. Daarom blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.

Ook is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te kennen op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het bezwaarschrift.

Uitspraak

08/5654 WUV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante] (hierna: appellante),
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 29 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het onder dagtekening 28 augustus 2008, kenmerk BZ 47892, JZ/U90/2008, door verweerster ten aanzien van haar genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 september 2009. Appellante is daar verschenen, terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante heeft in januari 2008 bij verweerster een aanvraag ingediend om toekenning van een periodieke uitkering ingevolge de Wet.
Verweerster heeft deze aanvraag afgewezen bij besluit van 16 mei 2008, welk besluit op dezelfde datum per post aan appellante is toegezonden.
Het tegen dit besluit door appellante gemaakt bezwaar heeft verweerster bij het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de voor indiening daarvan ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldende termijn van 6 weken. Daartoe is overwogen, samengevat, dat het bezwaar eerst op 2 juli 2008 is ingediend en dat een beweerdelijk eerder, niet-aangetekend verzonden bezwaarschrift van 15 juni 2008 niet is ontvangen.
2. De Raad dient de vraag te beantwoorden of het bestreden besluit, gelet op hetgeen in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden. Hiertoe wordt overwogen als volgt.
2.1. Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift 6 weken. Ingevolge artikel 6:11 van Pro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.2. De termijnen voor het maken van bezwaar en het instellen van beroep zijn fatale termijnen, bij overschrijding waarvan een niet-ontvankelijkheid dient te worden uitgesproken behoudens een aanvaardbare reden voor verschoonbaarheid als bedoeld in artikel 6:11 Awb Pro.
2.3. Vaststaat dat appellante haar gestelde bezwaarschrift van 15 juni 2008 niet aangetekend heeft verzonden. Ook anderszins ontbreekt enig bewijs van tijdige inzending van het bezwaarschrift. Verweerster heeft de door haar gevoerde postkamerregistratie overgelegd, waarin het gestelde bezwaarschrift van 15 juni 2008 niet voorkomt. Verweerster is er daarom terecht van uitgegaan dat het bezwaar tegen het besluit van 16 mei 2008 buiten de daarvoor geldende termijn is ingediend.
2.4. De in beroep door appellante aangevoerde, op zich zeker invoelbare omstandigheden - in de kern erop neerkomend dat zij er niet mee hoefde te rekenen dat een ingezonden poststuk niet zou aankomen - kan de Raad niet aanmerken als aanvaardbare reden voor verschoonbaarheid. Het ligt op de weg van de indiener van een bezwaarschrift om zich van tijdige indiening te vergewissen.
3. Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat het bezwaar van appellante bij het bestreden besluit terecht niet-ontvankelijk is verklaard, zodat dit besluit in rechte kan standhouden en het ingestelde beroep ongegrond dient te worden verklaard.
4. De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2009.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) M. Lammerse.
HD