ECLI:NL:CRVB:2009:BK2520
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaarschrift
Appellante diende een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, die door verweerster werd afgewezen bij besluit van 16 mei 2008. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift.
Appellante stelde dat zij het bezwaarschrift op 15 juni 2008 had verzonden, maar kon dit niet aantonen met bewijs van verzending, zoals een aangetekende zending. Verweerster kon aantonen dat er geen registratie van ontvangst was en ging daarom terecht uit van een te late indiening.
De Raad oordeelde dat de omstandigheden die appellante aanvoerde geen verschoonbare reden vormen voor de termijnoverschrijding. Het is immers de verantwoordelijkheid van de indiener om zich te vergewissen van tijdige indiening. Daarom blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Ook is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te kennen op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het bezwaarschrift.