Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Vergoeding van immateriële schade
6.Proceskosten
7.Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Minister voor Rechtsbescherming tot vergoeding van immateriële schade van € 1.500;
- veroordeelt de Minister voor Rechtsbescherming tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 125, en
- gelast dat de Minister voor Rechtsbescherming het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 46 aan hem vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: