De werknemer trad in 2015 in dienst bij Hillebrand en raakte in 2018 arbeidsongeschikt na een bedrijfsongeval veroorzaakt door een explosie tijdens werkzaamheden aan een elektra-installatie. De werkgever stelde de werknemer direct op non-actief en startte een ontbindingsprocedure wegens ernstig verwijtbaar handelen, wat door de rechter werd afgewezen.
De werknemer stelde dat de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld door onder meer het niet tijdig starten van mediation, het negeren van medische adviezen en het onder druk zetten van de werknemer om afspraken fysiek bij te wonen. Dit zou hebben geleid tot stagnatie in de re-integratie en verergering van de medische klachten.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever inderdaad ernstig verwijtbaar had gehandeld en dat dit causaal verband hield met de langdurige arbeidsongeschiktheid en de opzegging van de arbeidsovereenkomst. De billijke vergoeding werd vastgesteld op €40.000 bruto, rekening houdend met het inkomensverlies en de reeds betaalde transitievergoeding.
Daarnaast werden wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en een dwangsom voor het verstrekken van een bruto-netto specificatie toegewezen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.