ECLI:NL:RBZWB:2021:2488
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening intrekking Participatiewet-uitkering
Verzoeker heeft bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit tot intrekking van zijn uitkering op grond van de Participatiewet en de afwijzing van zijn verzoek om bijzondere bijstand. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro besloten geen zitting te houden.
Verzoeker is op 24 april 2021 per aangetekende brief gewezen op zijn verplichting tot betaling van griffierecht, met de mededeling dat dit binnen twee weken moest gebeuren en dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk zou worden verklaard.
De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en verklaart daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.