ECLI:NL:RBZWB:2021:2529
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente Breda in proceskosten wegens niet tijdig besluit geluidshandhaving
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van Breda over haar bezwaar tegen de afwijzing van haar handhavingsverzoek inzake geluidsoverlast op haar perceel. De rechtbank had eerder het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Het college nam pas een besluit na ingebrekestelling door verzoekster.
De rechtbank overwoog dat het college hiermee aan verzoekster is tegemoetgekomen en veroordeelde het college daarom in de proceskosten. Daarbij werd het geschil als licht van aard beschouwd, conform jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank wees erop dat het college het griffierecht van verzoekster al moest vergoeden en dat het college uiterlijk op 8 september 2020 een nieuw besluit had moeten nemen, wat niet gebeurde. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 267,- voor de beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Breda is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 267,- wegens niet tijdig nemen van een besluit.