Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2021 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft in 2019 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering en verzocht het UWV terug te komen op een onherroepelijk besluit van 7 juli 2009 waarin een uitkering werd geweigerd. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die betrekking hadden op de beoordelingsperiode rond haar 18e verjaardag, die bepalend is voor de Wajong.
De rechtbank overwoog dat nieuw gebleken feiten of omstandigheden feiten moeten betreffen die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet eerder konden worden aangevoerd. De medische stukken die eiseres overlegd had, betroffen vrijwel uitsluitend perioden na haar 18e jaar en konden daarom niet als nieuwe feiten worden aangemerkt. Ook de stelling dat eiseres volledig arbeidsongeschikt zou zijn volgens bijstandcriteria werd verworpen omdat deze criteria verschillen van die van de Wajong.
De rechtbank concludeerde dat het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV mag het eerdere besluit handhaven.