Eiseres, een technologiebedrijf in de zorgsector, betwistte de beslissing van het UWV om haar loondoorbetalingsplicht jegens een werknemer te verlengen tot 14 augustus 2019 wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. De werknemer was sinds augustus 2016 gedeeltelijk arbeidsongeschikt en werkte in aangepaste functies. Het UWV vond dat het tweede spoortraject te laat was gestart, waardoor re-integratiekansen gemist werden.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, omdat het UWV onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bestreden besluit tijdig was verzonden. Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat er geen structurele werkhervatting was die aansloot bij de functionele mogelijkheden van de werknemer, waardoor het UWV terecht beoordeelde dat onvoldoende re-integratie-inspanningen waren verricht.
De rechtbank benadrukte dat eiseres al vóór het einde van het eerste ziektejaar op de hoogte was van de moeizame werkhervatting en dat het tweede spoor binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie had moeten starten. Eiseres had eerder stappen kunnen zetten, ook zonder definitieve medische duidelijkheid. De rechtbank vond de motivering van het UWV voldoende concreet en verklaarde het beroep ongegrond.