ECLI:NL:RBZWB:2021:2705

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 juni 2021
Publicatiedatum
1 juni 2021
Zaaknummer
BRE-20_10279_10280
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:74 AwbArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraken op bezwaar navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2016 en 2017 wegens schending hoorplicht

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar tegen de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016 en 2017. Tijdens de bezwaarfase is belanghebbende niet gehoord, hetgeen niet ter discussie staat tussen partijen. De rechtbank oordeelt dat hierdoor de hoorplicht is geschonden en verklaart de beroepen kennelijk gegrond.

De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar en draagt de inspecteur op om nieuwe uitspraken te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht en een deel van de proceskosten voor juridische bijstand in de beroepsfase.

De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 133,50 per zaak vanwege de samenhang met een soortgelijke zaak van de partner van belanghebbende. Een beslissing over kosten in de bezwaarfase wordt nog niet genomen omdat deze fase nog niet is afgerond.

De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 1 juni 2021 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar wegens schending van de hoorplicht en wijst de zaken terug naar de inspecteur.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummers BRE 20/10279 en 20/10280
uitspraak van 1 juni 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,
en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

Motivering

Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraken op bezwaar tegen de (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2016 en 2017 met aanslagnummers [aanslagnummer] H.67.01 en [aanslagnummer] H.76.01.
Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende tijdens de bezwaarfase niet is gehoord. De beroepen van belanghebbende zijn dan ook kennelijk gegrond. De uitspraken op bezwaar dienen te worden vernietigd. Beide partijen hebben verzocht om de zaken terug te wijzen. De rechtbank zal dit doen.
Griffierecht
Nu de beroepen kennelijk gegrond zijn, dient de inspecteur op grond van artikel 8:74, eerste lid, van de Awb, aan belanghebbende het griffierecht te vergoeden.
Proceskosten
De rechtbank ziet aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank stelt de te vergoeden kosten voor juridische bijstand in de beroepsfase vast op € 267. Dit bedrag is gebaseerd op toepassing van het tarief dat is vermeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank heeft een wegingsfactor 0,5 gehanteerd omdat het gaat om een kennelijk gegrond beroep omdat de hoorplicht is geschonden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een hogere vergoeding van de proceskosten. Er is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit. De rechtbank hoeft dit niet verder te motiveren [1] . Vanwege de samenhang met de zaak van de partner van belanghebbende met zaaknummer BRE 20/10334 wordt in ieder van deze zaken een vergoeding toegekend van € 133,50 (1/2 x € 267). Een beslissing over een eventuele kostenvergoeding voor de bezwaarfase blijft in deze stand van de procedure achterwege aangezien de bezwaarfase nog niet is afgerond.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- draagt de inspecteur op nieuwe uitspraken op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten ten bedrage van € 133,50;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van tweemaal € 48 aan hem vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van
P. van der Hoeven, griffier, op 1 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Voetnoten

1.Zie Hoge Raad 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:4