ECLI:NL:RBZWB:2021:29
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op Wob-verzoeken en legt dwangsom op
Eiser diende op 17 juli 2020 drie Wob-verzoeken in bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, gericht op milieu-informatie over thermisch gereinigde grond en teerhoudend asfaltgranulaat. De staatssecretaris verlengde de beslistermijn met vier weken, maar deed dit buiten de wettelijke termijn, waardoor de beslistermijn werd overschreden.
Eiser stelde de staatssecretaris op 17 september 2020 rechtsgeldig in gebreke en diende op 7 oktober 2020 beroep in tegen het niet tijdig nemen van besluiten. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet tijdig had beslist en dat de verlenging van de beslistermijn niet rechtsgeldig was. De rechtbank bepaalde een nieuwe termijn van vier weken na verzending van de uitspraak voor het nemen van besluiten.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de staatssecretaris de nieuwe termijn overschrijdt. De griffierechten werden aan eiser vergoed. De rechtbank wees het verzoek van de staatssecretaris om een langere termijn af vanwege onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een dwangsom op bij overschrijding van de nieuwe beslistermijn van vier weken.