ECLI:NL:RBZWB:2021:2981
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongeldigverklaring rijbewijs wegens lachgasmisbruik en cannabisgebruik
Eiser werd meerdere keren aangehouden onder invloed van lachgas, waarna het CBR zijn rijbewijs ongeldig verklaarde op grond van drugsmisbruik. Psychiatrisch onderzoek bevestigde dat er sprake was van misbruik van lachgas en cannabis, ondanks dat het lachgasgebruik volgens eiser was gestopt. Een tweede psychiatrisch onderzoek stelde vast dat het cannabisgebruik was gestopt per 5 juni 2020, maar de recidiefvrije periode was toen nog net niet verstreken.
Eiser voerde aan dat de positieve cannabisurinetest mogelijk vals positief was en dat hij gestopt was met lachgasgebruik, maar de rechtbank verwierp deze stellingen wegens gebrek aan onderbouwing en de betrouwbaarheid van de afkapwaarden. Het CBR handelde volgens de geldende wet- en regelgeving die geen ruimte laat voor belangenafweging.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht het rijbewijs ongeldig verklaarde en het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens drugsmisbruik wordt ongegrond verklaard.