Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte in de jaren 2013 en 2014 premiekorting indienstneming oudere werknemers (Wfsv) voor een werknemer, die na een onderbreking in 2016 opnieuw in dienst trad. De premiekorting werd later gecorrigeerd en opnieuw geclaimd voor 2016 en 2017. De inspecteur legde naheffingsaanslagen en verzuimboeten op omdat de premiekorting volgens hem alleen bij de eerste dienstbetrekking kan worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat voor de jaren 2013 en 2014 recht op premiekorting bestond zonder dat een doelgroepverklaring nodig was. De periode van premiekorting vangt aan bij de eerste dienstbetrekking en eindigt volgens de Regeling Wfsv in 2016. Het standpunt van belanghebbende dat bij een tweede dienstverband opnieuw recht zou ontstaan, wordt verworpen.
De opgelegde verzuimboeten zijn passend en geboden, omdat geen sprake is van afwezigheid van alle schuld. De beroepen worden derhalve ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en boeten blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboeten worden ongegrond verklaard.