ECLI:NL:RBZWB:2021:3157
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit WIA-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Eiser, een 46-jarige man met een aangeboren hartafwijking, vroeg een WIA-uitkering aan nadat hij wegens hartritmestoornissen arbeidsongeschikt raakte. Het UWV wees de uitkering af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit met een vaststelling van 10,76% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank schortte de procedure en schakelde een onafhankelijke verzekeringsarts in die een rapport uitbracht. Deze deskundige concludeerde dat eiser veel zwaardere fysieke beperkingen had dan het UWV aannam, waaronder een urenbeperking van circa 30 uur per week vanwege ritmestoornissen die al bij lichte inspanning optreden.
De rechtbank oordeelde dat het deskundigenrapport overtuigend en zorgvuldig was en dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met deze beperkingen. Het bestreden besluit berustte daardoor op een onjuiste medische grondslag. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg het UWV op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, gebaseerd op de FML van de onafhankelijke deskundige. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV moet binnen zes weken een nieuwe beslissing nemen op basis van het deskundigenrapport.