ECLI:NL:RBZWB:2021:3186
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen openbaarmaking inspectierapport thuiszorgorganisatie
Verzoekster, een thuiszorgorganisatie, maakte bezwaar tegen het besluit van 26 maart 2021 van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot openbaarmaking van een inspectierapport. Dit rapport betrof een inspectiebezoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd op 19 januari 2021. Na een conceptversie en schriftelijke reactie van verzoekster werd het rapport vastgesteld en openbaar gemaakt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) geldt, waarbij de rechter slechts toetst of de feitelijke vaststellingen in het rapport een voldoende feitelijke basis hebben. Verzoekster kon geen feitelijke onjuistheden aanwijzen in het rapport. Nadelige gevolgen voor de organisatie en cliënten vallen buiten het toetsingskader.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen reden was om de openbaarmaking op grond van artikel 44a, negende lid, van de Gezondheidswet achterwege te laten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Er staat geen rechtsmiddel open tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de openbaarmaking van het inspectierapport wordt afgewezen.