Uitspraak
Datum uitspraak: 2 september 2020
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloot op 23 april 2019 het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over een Nederlandse jeugdhulpaanbieder in Portugal openbaar te maken. Dit besluit volgde op meldingen over de kwaliteit van de jeugdhulp. De Inspectie voerde een onderzoek uit, voerde gesprekken met betrokkenen en stelde een rapport op dat de jeugdhulpaanbieder deels onvoldoende vond voldoen aan toetsingskaders.
De jeugdhulpaanbieder maakte bezwaar tegen de openbaarmaking, stellende dat het rapport feitelijke onjuistheden bevatte. De minister handhaafde het besluit, maar de rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar wegens een motiveringsgebrek en herroept het openbaarmakingsbesluit. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de rechtbank terecht oordeelde dat het besluit op bezwaar onvoldoende gemotiveerd was omtrent de vraag of het rapport feitelijke onjuistheden bevat. De minister had niet adequaat gereageerd op de concrete bezwaren van de jeugdhulpaanbieder. Wel oordeelt de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte het oorspronkelijke besluit herroept en zelf in de plaats treedt van het vernietigde besluit, omdat de minister eerst de gelegenheid moet krijgen een nieuw besluit te nemen.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin de rechtbank het besluit herroept en stelt haar uitspraak in de plaats, bevestigt het overige en bepaalt dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het motiveringsgebrek in het besluit op bezwaar vastgesteld, het herroepen van het besluit vernietigd en de minister krijgt gelegenheid een nieuw besluit te nemen.