Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Standpunt van het UWV
Standpunt van eiseres
Wettelijk kader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en proceskosten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres was sinds 2006 werkzaam als schoonmaakster en meldde zich begin juni 2018 ziek. Op 18 juni 2018 tekende zij een vaststellingsovereenkomst waarmee haar dienstbetrekking per 1 oktober 2018 werd beëindigd. Het UWV stelde vast dat eiseres door deze handeling haar recht op loondoorbetaling tijdens ziekte prijsgaf en legde een maatregel op waarbij 50% van de Ziektewet-uitkering blijvend werd geweigerd.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze maatregel, stellende dat vanwege verminderde verwijtbaarheid een lagere maatregel van 25% passend was. De rechtbank oordeelde dat het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst een benadelingshandeling vormt die volgens het Maatregelenbesluit een overtreding van de vierde categorie is, waarvoor de standaardmaatregel een blijvende volledige weigering is.
De rechtbank volgde het UWV in de beoordeling dat de ernst van de benadelingshandeling zwaarder weegt dan een overtreding van de derde categorie en dat de maatregel van 50% blijvende weigering niet onredelijk is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de maatregel van 50% blijvende weigering van haar Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.