ECLI:NL:CRVB:2022:940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel van 50% korting op Ziektewetuitkering bij benadelingshandeling met verminderde verwijtbaarheid
Appellante was werkzaam bij een werkgever en beëindigde haar arbeidsovereenkomst met een vaststellingsovereenkomst tijdens ziekte. Het UWV weigerde aanvankelijk haar Ziektewetuitkering volledig omdat zij onnodig een beroep deed op de Ziektewet. Na bezwaar stelde het UWV een maatregel van 50% korting op de uitkering vast vanwege een benadelingshandeling met verminderde verwijtbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht afweek van de standaardmaatregel van 25% korting gedurende vier maanden, omdat een benadelingshandeling ernstiger is dan het overtreden van re-integratieverplichtingen.
In hoger beroep betoogde appellante dat de maatregel onterecht zwaarder was dan de standaardmaatregel, maar de Raad oordeelde dat het UWV binnen de beleidsvrijheid en wettelijke grenzen handelde door de maatregel op 50% vast te stellen.
De Raad bevestigde dat artikel 8 van Pro de Beleidsregel een redelijke invulling geeft aan de beleidsvrijheid binnen het Maatregelenbesluit en dat het UWV terecht toepassing gaf aan deze bepaling. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht een maatregel van 50% korting op de Ziektewetuitkering oplegt bij een benadelingshandeling met verminderde verwijtbaarheid.