Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 30 juni 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] (eiser), te [naam woonplaats] , gemachtigde: mr. E.L. Beuving,
Procesverloop
OverwegingenFeiten en omstandigheden
matigslaapt. De verzekeringsarts b&b concludeert daarom dat in passende arbeid geen reden bestaat om een urenbeperking aan te nemen. Er is geen sprake van een zodanig ernstige aandoening met een stoornis in de energiehuishouding dat beduidende recuperatie nodig is. Ook is geen sprake van een aandoening waarvan bekend is dat ziekteverschijnselen kunnen optreden of verergeren bij een toenemende duurbelasting, of van verminderde beschikbaarheid door behandeling. Het rapport van Ergatis geeft ook geen aanleiding om uit te gaan van verdergaande beperkingen met betrekking tot de aspecten lopen en staan, nu de orthopedische expertise daar geen aanknopingspunten voor biedt en eiser bij de primaire verzekeringsarts zelf heeft gemeld dat hij ongeveer een half uur kan lopen en staan. De orthopedische expertise geeft ook geen reden om eiser meer beperkt te achten op de aspecten gebogen en getordeerd actief zijn en boven schouderhoogte actief zijn. De verzekeringsarts b&b ziet in het rapport van Ergatis evenmin aanleiding om een beperking aan te nemen op het aspect reiken, nu eisers armfuncties niet beperkt zijn en eiser geen kleine man is.