ECLI:NL:RBZWB:2021:3307
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde appartement en beroep op gelijkheidsbeginsel afgewezen
Belanghebbende is eigenaar van een appartement met dakterras, berging en parkeerplaats, gekocht op 15 augustus 2017 voor €269.000. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2018 vast op €271.000, gebaseerd op een lichte indexering van de aankoopprijs. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €213.000 voor.
De rechtbank overweegt dat de eigen aankoopprijs binnen één jaar voor de waardepeildatum maatgevend is voor de WOZ-waardering. De heffingsambtenaar heeft hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel, waarbij belanghebbende stelde dat vergelijkbare appartementen een lagere waarde kregen, faalt omdat niet alle woningen identiek zijn en er geen meerderheid is van lagere waarderingen.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de waarde voldoende heeft onderbouwd en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €271.000 wordt ongegrond verklaard.