De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 24 juni 2021 een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om het gezag over een onder toezicht gestelde minderjarige gedeeltelijk over te dragen voor medische behandelingen. De minderjarige verblijft bij pleegouders en vertoont zorgelijk gedrag, waaronder hechtingsproblemen en gedragsproblemen die behandeling vereisen.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar weigert toestemming voor de voorgestelde diagnostiek en behandeling bij een gespecialiseerde instelling (Xonar). De GI verzocht daarom op grond van artikel 1:265e BW om het gezag voor medische beslissingen over te dragen aan haar, zodat noodzakelijke hulp kan worden gestart.
De rechtbank constateert dat aan de voorwaarden voor gedeeltelijke gezagsuitoefening is voldaan: er is een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, en medische behandeling is noodzakelijk vanwege de ernstige ontwikkelingsbedreigingen van de minderjarige. De moeder en GI verschillen van mening over de aanpak, maar de rechtbank acht de overdracht in het belang van het kind.
De beschikking geldt tot het einde van de uithuisplaatsing op 12 september 2021 en is uitvoerbaar bij voorraad. Indien medicatie noodzakelijk wordt, moet de GI opnieuw toestemming van de rechter vragen. De moeder kan hoger beroep instellen binnen drie maanden.