ECLI:NL:RBZWB:2021:3398
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, die sinds mei 2018 arbeidsongeschikt is door restklachten van een hersenbloeding, kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Na een eerstejaarsbeoordeling beëindigde het UWV deze uitkering per 8 juli 2019, omdat zij volgens de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige voldoende belastbaar was om meer dan 65% van haar maatmanloon te verdienen.
Eiseres voerde aan dat haar depressieve klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de geduide functies haar beperkingen overschreden. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsartsen voldoende rekening hadden gehouden met haar klachten, waaronder de depressieve klachten. Er was geen aanleiding aanvullende informatie op te vragen.
De arbeidsdeskundige stelde vast dat de functies passend waren, waarbij een hogere frequentie van reiken werd gecompenseerd door een kleinere reikafstand. De rechtbank volgde deze redenering en concludeerde dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor het UWV terecht de Ziektewetuitkering beëindigde.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het beëindigen van haar Ziektewetuitkering per 8 juli 2019 wordt ongegrond verklaard.