ECLI:NL:CRVB:2023:8
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens voldoende verdiencapaciteit na hersenbloeding
Appellante, die sinds een hersenbloeding in 2015 klachten heeft zoals vermoeidheid en krachtverlies, was tot mei 2018 werkzaam als schoonmaakmedewerkster. Na haar ziekmelding beoordeelde het UWV haar belastbaarheid en stelde vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen. Dit leidde tot beëindiging van haar ziekengeld.
Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. De beperkingen van appellante zijn vastgesteld op basis van functionele mogelijkhedenlijsten en deskundigenrapporten. De Raad verwierp het verweer dat haar lichaamslengte een rol zou moeten spelen bij de beoordeling van haar belastbaarheid voor reiken.
De Raad concludeerde dat de hogere frequentie van reiken in de geselecteerde functies energetisch wordt gecompenseerd door een kortere reikafstand vanwege haar lichaamslengte. Ook zijn aanpassingen op de werkplek mogelijk. Daarom is appellante in staat geacht de functies productiemedewerker industrie en textielproductenmaker te verrichten, waardoor het beroep ongegrond blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.