ECLI:NL:RBZWB:2021:3514

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 juli 2021
Publicatiedatum
12 juli 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 8339
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23a Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994Art. 27h AWRArt. 28 AWRAfdeling 8.2.6 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking bijzondere motorrijtuigenbelasting en toepassing kampeerautotarief

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking van de inspecteur inzake de toepassing van het bijzondere tarief op grond van artikel 23a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. De inspecteur had geweigerd het kampeerautotarief toe te passen.

De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de beschikking gewijzigd zodat het kampeerautotarief met ingang van 20 oktober 2019 van toepassing is. Tevens is de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

De mondelinge uitspraak vond plaats op 8 juli 2021 te Roermond, waarbij partijen zijn gehoord. De rechtbank wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

De uitspraak is openbaar gemaakt en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op Rechtspraak.nl. De beschikking wordt pas uitgevoerd nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking gewijzigd zodat het kampeerautotarief vanaf 20 oktober 2019 van toepassing is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 20/8339
uitspraak van 8 juli 2021
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] ,
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van de inspecteur van 3 augustus 2020 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem afgegeven beschikking tot toepassing van het bijzondere tarief van artikel 23a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 met beschikkingsnummer [aanslagnummer] .
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2021 te Roermond. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende en namens de inspecteur [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .
Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank direct mondeling uitspraak gedaan. Daarbij is gewezen op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen.

1.Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • wijzigt de beschikking zodanig dat het zogenaamde kampeerautotarief van toepassing is met ingang van 20 oktober 2019;
  • veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 22,18;
  • gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 48 aan deze vergoedt.

2.Motivering

De inspecteur heeft ter zitting geconcludeerd zoals zojuist beslist in verband met de omstandigheden van het geval.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.R.T. Pauwels, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.M. de Fouw, griffier, op 8 juli 2021 en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.