Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
ngronde oog om oog tand om tand", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;
Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 21 juni 2019 gegeven door de officier van justitie te Zeeland-West-Brabant kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, zich zou onthouden van contact met [slachtoffer] , geb. [geboortedag slachtoffer] 1979 door op of omstreeks
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het primair tenlastegelegde feit 2 en het primair tenlastegelegde feit 4;
een gevangenisstraf van 200 dagen, waarvan 102 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarde:
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
[slachtoffer]van
Staat, ten behoeve van het slachtoffer
€ 1.000,00te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf
bij niet betaling 20 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;