Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
voorrang verlenen) en haaientanden op het wegdek geplaatst om aan te geven dat (brom)fietsers een voorrangsweg naderen en voorrang moeten geven.
estane maximumsnelheid, en zonder er zich voldoende van te vergewissen dat het voor hem, verdachte, gelegen wegdek vrij was te blijven rijden, en zijn, verdachtes, motorrijtuig niet tot stilstand te brengen waarover verdachte de weg kon overzien en deze vrij was, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
een taakstraf van 240 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 dagen;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;