ECLI:NL:RBZWB:2021:3598
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid
Eiseres ontvangt sinds 2003 een WAO-uitkering met variërende mate van arbeidsongeschiktheid. Het geschil betreft de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid per 1 februari 2019, waarbij het UWV deze op 15-25% heeft vastgesteld. Eiseres voerde aan dat haar klachten, waaronder migraine, hypoglykemie en chronische vermoeidheid, ernstiger waren dan door het UWV aangenomen en dat zij daardoor meer beperkt was.
De rechtbank baseerde zich op uitgebreide medische rapportages van verzekeringsartsen en een deskundigenrapport. De deskundige concludeerde dat eiseres belastbaar is conform de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 18 december 2018 en in staat was veertig uur per week te werken. De rechtbank volgde dit oordeel, oordeelde dat de beperkingen in de FML niet zijn onderschat en dat aanvullend onderzoek geen meerwaarde heeft.
Ook de arbeidsdeskundige van het UWV stelde passende functies vast die eiseres kan verrichten. De berekening van het UWV leidde tot een arbeidsongeschiktheid van 24%, wat door de rechtbank werd bevestigd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15-25%.