ECLI:NL:RBZWB:2021:3619
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen aanvraag bijstandsuitkering
Verzoeker heeft na eerdere aanvragen op 1 april 2021 een nieuwe aanvraag ingediend voor bijstand, welke het college op 6 mei 2021 buiten behandeling stelde. Verzoeker vorderde een voorlopige voorziening tegen dit besluit. De voorzieningenrechter overweegt dat sprake is van spoedeisend belang vanwege betalingsachterstanden en gebrek aan inkomsten.
Het college heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat verzoeker onvoldoende informatie heeft verstrekt over zijn woonsituatie, hetgeen noodzakelijk is om het recht op bijstand vast te stellen. Verzoeker heeft niet kunnen aantonen dat hij vanaf de datum van aanvraag aan de voorwaarden voldoet, ondanks gesprekken en verzoeken om nadere informatie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college niet onzorgvuldig heeft gehandeld en dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd. Het beroep op uitwijkjurisprudentie faalt omdat het college niet heeft getracht een gezamenlijke huishouding vast te stellen, maar zich beperkte tot de woon- en verblijfsplaats.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen voor zover het betrekking heeft op het vervangende besluit van 22 juni 2021. Het verzoek is niet-ontvankelijk voor zover het ziet op het ingetrokken eerste besluit. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag bijstandsuitkering wordt afgewezen.