ECLI:NL:RBZWB:2021:3765
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht bevestigd
Eiser vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht, maar het college wees dit af omdat eiser voldoende draagkracht zou hebben. Eiser maakte bezwaar, dat eveneens werd afgewezen. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat de kosten noodzakelijk en uit bijzondere omstandigheden voortvloeien, maar het geschil draaide om de draagkracht van eiser. Het college had vastgesteld dat eiser samenwoont met drie kostendelende medebewoners en een jaarinkomen had dat voldoende draagkracht bood om de kosten zelf te betalen.
Eiser stelde dat hij als kostganger moest worden beschouwd en dat zijn hoge medicijnkosten onvoldoende waren meegewogen, maar de rechtbank volgde de eerdere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die deze stellingen verwierp. Ook het beroep op dringende redenen op grond van artikel 16 Participatiewet Pro faalde omdat eiser wel degelijk recht op bijstand heeft.
De rechtbank concludeerde dat het college de draagkracht juist had vastgesteld en dat de door eiser aangevoerde medische noodsituatie niet tot een ander oordeel leidde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard vanwege voldoende draagkracht van eiser.