Belanghebbende deed aangifte BPM voor een ingevoerde BMW en betaalde de verschuldigde belasting. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op na een taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken, waarbij de waardering en schadevergoeding hoger werden vastgesteld dan door belanghebbende opgegeven.
Belanghebbende betwistte de hoogte van de naheffingsaanslag en de toegepaste belastingrente, stellende dat er sprake was van een hoger schadepercentage en dat de belastingrente onterecht was opgelegd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor een hogere waardevermindering dan de reeds door de inspecteur gehanteerde 86% van de herstelkosten.
De rechtbank stelde het uurtarief voor herstelwerkzaamheden vast op €84 in plaats van €65, waardoor een kleine correctie op de naheffingsaanslag volgde. De belastingrente werd terecht geheven, maar verminderd in overeenstemming met de aangepaste aanslag. Tevens werd belanghebbende een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de naheffingsaanslag tot €2.530,39, en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade van €500 en proceskosten van €1.064.