ECLI:NL:RBZWB:2021:3793
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep bijzondere bijstand afgewezen
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Breda over haar aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat op het moment van het beroep al een besluit was genomen.
Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in en voerde aan dat het besluit van 29 oktober 2020 niet correct was bekendgemaakt, omdat zij had aangegeven de beschikking per post te willen ontvangen, maar het besluit elektronisch werd verzonden. Hierdoor zou de bezwaartermijn niet zijn aangevangen en zou het college een dwangsom verschuldigd zijn.
De verzetrechter oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk was. De onjuiste bekendmaking leidt niet tot een dwangsom, omdat artikel 4:17 Awb Pro bedoeld is om bestuursorganen aan te sporen tot tijdige besluitvorming, wat hier niet aan de orde was omdat het besluit al genomen was.
De verzetrechter verklaarde het verzet ongegrond en handhaafde de eerdere uitspraak. Er zijn geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.