Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Breda op haar bezwaarschrift tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een woonvoorziening op grond van de WMO 2015. De rechtbank had het beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken bij de ingebrekestelling.
In het verzet tegen deze uitspraak stelt opposante dat de verdaging van de beslistermijn niet rechtsgeldig was, omdat de brief niet door een bevoegd persoon was genomen en niet tijdig was verzonden. De rechtbank oordeelt dat de verdaging wel bevoegd is genomen door het mandaat van het afdelingshoofd Financiën, Inkoop & Juridische Zaken, maar dat de verzending buiten de beslistermijn plaatsvond, waardoor de verdaging geen betekenis heeft.
De rechtbank concludeert dat het college de beslistermijn heeft overschreden, dat de ingebrekestelling tijdig was en dat sindsdien meer dan 42 dagen zijn verstreken zonder besluit. Daarom is het beroep gegrond en wordt het college opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €1.442,- vastgesteld en een dwangsom van €100,- per dag opgelegd voor verdere overschrijding, met een maximum van €15.000. Het betaalde griffierecht wordt aan opposante vergoed.