ECLI:NL:RBZWB:2021:3966
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
CBR verklaart rijbewijs ongeldig wegens onvoldoende medewerking aan geschiktheidsonderzoek na drugsgebruik
Eiser werd op 27 augustus 2019 gecontroleerd door de politie en bleek onder invloed van cannabis te zijn met 6,5 microgram THC per liter bloed. Het CBR legde hem een geschiktheidsonderzoek op, inclusief een urineonderzoek. Hoewel cannabis werd aangetroffen, was het urineonderzoek onbetrouwbaar vanwege verdunde urine. Eiser weigerde een nieuw urineonderzoek te laten verrichten vanwege de kosten.
De psychiater kon het onderzoek niet volledig afronden door het ontbreken van een betrouwbaar urinesample. Het CBR verklaarde het rijbewijs van eiser ongeldig wegens het niet volledig meewerken aan het onderzoek, zoals voorgeschreven in artikel 132 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Eiser voerde aan dat hij wel medewerking had verleend en klaagde over tegenstrijdige communicatie van het CBR.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht het rijbewijs ongeldig verklaarde omdat het onderzoek niet volledig kon worden afgerond zonder een betrouwbaar urineonderzoek. De kosten van een nieuw onderzoek zijn voor rekening en risico van eiser. De stelling dat het CBR tegenstrijdige berichten stuurde werd verworpen omdat deze elkaar niet uitsluiten. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het ongeldigverklaringsbesluit van het CBR wordt ongegrond verklaard.