ECLI:NL:RVS:2020:2889
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
CBR mag rijbewijs schorsen bij vermoeden rijden onder invloed drugs ondanks voorlopige voorziening
Op 13 juni 2020 werd [wederpartij] staande gehouden door de politie wegens tekenen van drugsgebruik tijdens het autorijden, waaronder waterige ogen, vertraagde pupilreactie en het aantreffen van 2 gram cannabis. Een speekseltest en bloedonderzoek bevestigden het gebruik van cannabis met een THC-gehalte van 7,0 microgram per liter bloed.
Het CBR besloot op 24 augustus 2020 dat [wederpartij] een onderzoek naar zijn drugsgebruik moest ondergaan en schorste zijn rijbewijs tot de uitslag van dat onderzoek. Na bezwaar verklaarde het CBR het besluit op 11 september 2020 ongegrond. De voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van [wederpartij] ongegrond, maar schorste het besluit tot schorsing van het rijbewijs op grond van een belangenafweging en gaf het rijbewijs terug.
Het CBR stelde hoger beroep in tegen deze voorlopige voorziening, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van dit hoger beroep omdat de wet geen hoger beroep tegen voorlopige voorzieningen toestaat. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De Afdeling benadrukte dat een rechter niet een voorlopige voorziening kan treffen die haaks staat op zijn oordeel in de hoofdzaak en dat het CBR een verzoek kan indienen tot opheffing van de voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van de rechtbank.
De uitspraak bevestigt dat het CBR op grond van dwingendrechtelijke regelgeving verplicht is een onderzoek op te leggen en het rijbewijs te schorsen bij een vermoeden van rijden onder invloed van drugs, en dat persoonlijke belangen geen ruimte bieden voor een belangenafweging bij het opleggen van deze maatregelen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de voorlopige voorziening en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.