Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekering (Zvw) over het jaar 2017. De inspecteur had een belastbaar inkomen vastgesteld van €116.060 en een vergrijpboete opgelegd.
Tijdens de zitting op 16 juli 2021 in Breda, waarbij partijen hun standpunten toelichtten, zijn de zaken met nummers 19/3697, 19/3698 en 19/4366 gezamenlijk behandeld. Partijen bereikten een compromis waarbij de rechtbank het beroep gegrond verklaarde.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, verminderde het belastbaar inkomen tot €74.155, stelde de boete vast op 25% van het oorspronkelijke bedrag en paste de belastingrente dienovereenkomstig aan. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.496 en het betaalde griffierecht van €46 aan belanghebbende.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en openbaar gemaakt op 30 juli 2021. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.