ECLI:NL:RBZWB:2021:4090
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij witwassen auto’s
Betrokkene is veroordeeld voor witwassen van zeven auto’s tussen 2013 en 2018. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €121.604,64, verminderd tot €115.524,70 wegens termijnoverschrijding.
De verdediging betoogde dat de gebruikte schadetaxaties onjuist waren omdat deze uitgingen van nieuwe onderdelen en volledig herstelde auto’s, terwijl betrokkene tweedehands onderdelen gebruikte en niet alle auto’s volledig waren hersteld. Ook stelde zij dat betrokkene zelf aan de auto’s sleutelde zonder arbeidsuren te declareren en dat hij niet eigenaar was van een van de auto’s.
De rechtbank oordeelde dat het startkapitaal van betrokkene uit misdrijf afkomstig was, maar dat dit niet automatisch wederrechtelijk verkregen voordeel is. Er was geen bewijs van vermogensvermeerdering door witwasgedragingen. De taxaties waren ongeschikt als grondslag voor de berekening van het voordeel, mede door het gebruik van tweedehands onderdelen en het ontbreken van arbeidsuren. Hierdoor kon geen betrouwbare kasopstelling worden gemaakt en kon geen concreet voordeel worden vastgesteld. De vordering tot ontneming werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs.