Eiseres, werkzaam geweest als inpakster en later huishoudelijk medewerkster, is sinds 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt verklaard en geweigerd voor een WIA-uitkering. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures, waaronder een eerdere vernietiging van een besluit door de rechtbank, heeft het UWV in het bestreden besluit opnieuw geweigerd terug te komen op het eerdere besluit van 5 januari 2016.
De rechtbank heeft beoordeeld of het UWV terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die een herziening rechtvaardigen. Het UWV baseerde zich op medische rapporten van verzekeringsartsen en stelde dat de beperkingen van eiseres niet waren toegenomen. Eiseres stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar psychotische problematiek een toename van beperkingen aantoonde.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, mede omdat eiseres een expertise door een psychiater had afgezegd en geen nieuwe afspraak had gemaakt. De medische rapporten van de psychiater en psycholoog boden onvoldoende onderbouwing voor een toename van beperkingen. De rechtbank volgde eiseres niet in haar stelling dat sprake was van psychotische symptomen die een herziening zouden rechtvaardigen.
Daarmee was het beroep ongegrond en bleef het besluit van het UWV in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.