Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 20 augustus 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Wettelijk kader
Standpunt van verzoeker
Overwegingen
Conclusie
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe voor zover het betrekking heeft op de weigering terug te komen op het besluit van 31 juli 2020;
- schorst het bestreden besluit van 17 juni 2021 in zoverre tot zes weken na bekendmaking van de uitspraak op het beroep en bepaalt dat over de periode van 1 juni tot 7 juli 2020 bijstandsuitkering wordt verstrekt naar de voor verzoeker geldende norm;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening voor het overige af.
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 49,- aan verzoeker te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.496,-.