Eiser, een 59-jarige voormalig pijpfitter/apparatenbouwer, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering wegens nek- en schouderklachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met ingang van 11 februari 2020, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 49,73%. Eiser betwistte dit en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door een geregistreerde verzekeringsarts bezwaar en beroep, die eiser telefonisch had gehoord en aanvullende medische informatie had betrokken. De beperkingen van eiser waren adequaat vastgesteld in een functionele mogelijkhedenlijst. De rechtbank vond geen aanleiding om de beoordeling van het UWV te betwijfelen, mede omdat eiser geen nieuwe medische stukken had overgelegd.
Ook het arbeidsdeskundige onderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld. De functies die aan eiser waren toegerekend waren passend en de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid was correct. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht een WGA-uitkering had toegekend en verklaarde het beroep ongegrond.