ECLI:NL:CRVB:2024:1924

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
21/3652 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een WIA-zaak. Tijdens de procedure heeft het UWV op 13 maart 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

De Raad heeft vervolgens overwogen dat het UWV reeds de kosten in de bezwaarfase heeft vergoed en dat nu alleen nog beoordeeld moet worden welke proceskosten in beroep en hoger beroep redelijk zijn. Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft de Raad de proceskosten begroot op in totaal € 3.937,50 voor rechtsbijstand en heeft het UWV tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 182.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 oktober 2024, waarbij het hoger beroep formeel is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

21/3652 WIA
Datum uitspraak: 9 oktober 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 31 augustus 2021, 20/7588 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.A. Severijn, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 28 juni 2023. Voor appellant is
mr. Severijn verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. G.A. Vermeijden.
Op verzoek van de Raad heeft appellant op 5 oktober 2023 een zienswijze gegeven.
Op 24 januari 2024 heeft de Raad tussenuitspraak gedaan, waarbij aan het Uwv is opgedragen een in het bestreden besluit vastgesteld gebrek te herstellen.
Het Uwv heeft op 13 maart 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep en hoger beroep.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 maart 2024 volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase moet de Raad nog slechts oordelen over de beroep en in hoger beroep gemaakte kosten.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.750,‑ in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 2.187,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor het geven van een schriftelijke zienswijze). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding voor de aan appellant door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand € 3.937,50.
Ook moet het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 3.937,50;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 182,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2024.
(getekend) E. Dijt
(getekend) M.D.F. de Moor