ECLI:NL:RBZWB:2021:4723
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzettingsvergunning kamerhuur en toepassing beleidsregels Huisvestingsverordening Tilburg
Eiser betwistte het collegebesluit van 11 maart 2020 waarbij aan een vergunninghouder een omzettingsvergunning voor kamerhuur werd verleend voor een pand aan een adres in Tilburg. Eiser voerde aan dat binnen 50 meter een ander kamerverhuurpand is gevestigd, wat volgens hem een weigeringsgrond vormt op grond van de Huisvestingsverordening 2018. Tevens stelde eiser dat het college onvoldoende had gemotiveerd en geen belangenafweging had gemaakt, en dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De rechtbank overwoog dat het college deskundig had vastgesteld dat de afstand tussen de panden meer dan 50 meter bedraagt en dat de kaartlaag van de Huisvestingsverordening rechtszekerheid biedt. De rechtbank stelde dat het college terecht volstond met een verwijzing naar de beleidsregels en dat eiser niet had aangetoond dat sprake was van bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Ook de nieuwe beleidsregels van 2020 konden niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat geluidsoverlast geen weigeringsgrond vormt, maar dat handhaving mogelijk is via intrekking van de vergunning. Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het collegebesluit tot verlening van de omzettingsvergunning wordt ongegrond verklaard.