ECLI:NL:RVS:2020:1533
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering standplaatsvergunning nabij Kasteel Diever wegens beleidswijziging en welstandseisen
Het college van burgemeester en wethouders van Westerveld weigerde aan appellant voor 2019 een standplaatsvergunning te verlenen voor een locatie nabij het Kasteel te Diever, omdat deze locatie niet meer was aangewezen in het Standplaatsenbeleid 2018 en de snackwagen niet voldeed aan redelijke eisen van welstand. Appellant beschikte sinds 1990 jaarlijks over een vergunning voor deze locatie, gebaseerd op het Standplaatsenbeleid 2013, met uitzonderingen op algemene voorschriften.
Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank, die het collegebeleid en de afwijzing bevestigde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. Hij voerde aan dat het oude beleid van toepassing was bij zijn aanvraag, dat het college op grond van het vertrouwensbeginsel een uitzondering had moeten maken, en dat de aangeboden alternatieve locatie ongeschikt was.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht het Standplaatsenbeleid 2018 toepaste, aangezien dit beleid op het moment van besluitvorming gold en er geen overgangsregeling was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het college duidelijk had gemaakt dat de standplaats tijdelijk was en opgeheven kon worden, en appellant hierover tijdig was geïnformeerd. Ook was het niet onredelijk dat de rechtbank niet inhoudelijk op de alternatieve locatie was ingegaan, omdat appellant daar een aparte procedure voor moest starten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat het besluit niet was herroepen, ondanks aanvulling van de motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de standplaatsvergunning bevestigd.